melkweg

toen zij nog een onzichtbaar
vriendje had, een sterrenkind
dat met zijn ufo was geland
in het bos achter haar oren

droeg zij nog vlechtjes
op aan stoere kereltjes
die meikevers naliepen
in ruil voor zomersproeten

zij fietste langs de hemelvaart
marsman achterop met één arm
om haar middel. zijn adem
onzichtbaar in haar hals

 

Uit Een kei in duren

geboorte van een engel

wanneer wij onze lichamen
langzaam uitgestorven hebben
en na de stilte is de tijd weer daar

laat ons dan geduldig gras zijn,
een zomerberm vol duizendblad
misschien. nog zijn bomen te hoog

gegrepen. laat ons liever laag
bij de grond in wortels wonen;
de eeuwigheid groeit niet

uit haast. om als een boom
te durven duren moet je
diep uit bermen breken

 

Uit Een kier in het rumoer

ooit was ik de eerste

die op kamertemperatuur de kast
beklom. zolang ik rook naar verre
landen streelden de handen

die mij vonden de zomer uit mijn huid.
verhard van heimwee naar zee
en zand gaf ik mijn kleuren op.

ik werd een mak soort kamerplant
die nooit om water vroeg en zwijgzaam
het stof van maanden droeg.

door een ander strand te vondeling
gelegd, bloedde elke zomer
een nieuwe steen dood naast mij.

de handen luisteren al lang niet meer
naar de zeeën die wij zingen.
de kast kreunt onder het gewicht

van ons keihard zwijgen.

 

Uit Een kei in duren

Daisy-luisterboek)